Quasi-inbreng out - belangenconflict in

Home » Blog » Quasi-inbreng out - belangenconflict in
19 apr 2019
Zelfstandigen en KMO - Ondernemersbegeleiding

Quasi-inbreng out - belangenconflict in

Op 1 mei is het zover en treedt een nieuw Wetboek van Vennootschappen in voege.

De belangrijkste wijzigingen situeren zich ongetwijfeld op het vlak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de bvba, straks kortweg de besloten vennootschap of BV genoemd.

Bij de start van een dergelijke BV wordt voortaan de tussenkomst van de bedrijfsrevisor ingeperkt.

Inbreng in natura

Voor wat betreft een inbreng in natura is er geen fundamentele wijziging en blijft de waarderingscontrole door een bedrijfsrevisor verplicht.

Quasi-inbreng

Voor een quasi-inbreng daarentegen, in oorsprong bedoeld om de omzeiling van de regels inzake inbreng in natura tegen te gaan, is de waarderingscontrole door een bedrijfsrevisor niet langer verplicht in de nieuwe BV.

We spreken van een “quasi-inbreng” wanneer een oprichter, aandeelhouder of bestuurder vlak na de oprichting goederen (bv. zijn handelszaak) verkoopt aan de vennootschap. De prijs voor de verkoop wordt in vele gevallen niet vereffend door de vennootschap maar geboekt als een schuld onder de vorm van een lopende rekening op de passiefzijde van de balans. De lopende rekening is een opeisbare vordering en de verkopende aandeelhouder/bestuurder participeert op die manier dus niet mee in het kapitaal.

Om misbruik tegen te gaan waartoe dergelijke verkoop kan aanleiding geven, met name een verkoop tegen een overdreven prijs, is dergelijke overdracht sinds 1984 onderworpen aan een controle door een bedrijfsrevisor. Zoals gezegd valt deze verplichting weg voor de BV opgericht na 1 mei 2019 en voor een reeds bestaande bvba vanaf 01 januari 2020 of vroeger mits de statuten worden aangepast.

Voor de naamloze vennootschappen blijft de procedure quasi-inbreng behouden zoals voorheen.

Verzwaarde aansprakelijkheid

Door enkel nog de controle bij inbreng in natura te behouden heeft de wetgever ongetwijfeld een compromis gezocht tussen de flexibilisering van de BV enerzijds en de bescherming van de schuldeisers anderzijds.

Tegenover deze flexibilisering van de BV staat wel een aanzienlijke uitbreiding van de aansprakelijkheid van de oprichters, aandeelhouders en bestuurders.

·      Zo is voortaan de (relatief uitgebreide) minimuminhoud van het financieel plan in het wetboek opgenomen.

·      De oprichter zal moeten aantonen dat er een voldoende groot aanvangsvermogenaanwezig is

·      Uitkeringen van vermogen of winsten zijn onderworpen aan een balanstest en liquiditeitstest

·      De zogeheten “alarmbelprocedure” (procedure bij bedreiging van de continuïteit van de vennootschap) wordt uitgebreid met een liquiditeitstest

Belangenconflict

De formaliteiten rond het belangenconflict in hoofde van een bestuurder zullen in geval van een quasi-inbreng moeten worden nageleefd.

Indien de verkopende partij bestuurder is, heeft deze immers een vermogensrechtelijk belang bij de transactie en moeten de regels inzake het belangenconflict zoals deze zijn opgenomen in het wetboek worden gevolgd.

Dit houdt in dat de bestuurder zelf niet deelneemt aan de beraadslaging en dat de beslissing omtrent de transactie en de uitvoering ervan moet worden overgelaten aan de overige bestuurders.

Is er maar één bestuurder of hebben alle bestuurders een vermogensrechtelijk belang, dan wordt de beslissing overgelaten aan de algemene vergadering.

Is de enige bestuurder ook de enige aandeelhouder dan mag hij zelf de verrichting uitvoeren.

De verantwoording van de beslissing en de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de vennootschap moeten schriftelijk worden vastgelegd in een document dat in zijn geheel of bij uittreksel wordt toegevoegd aan de jaarrekening of wordt opgenomen in het jaarverslag.

De vennootschap kan de nietigheid vorderen van verrichtingen die hebben plaatsgevonden met miskenning van de regels rond het belangenconflict.

Conclusie

De flexibiliteit bij de nieuwe BV gaat gepaard met een uitbreiding van de aansprakelijkheid.

Na de wetswijziging zijn een correcte waardering en een correcte toepassing van de procedures meer dan ooit van belang om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden.

BB3 houdt de vinger aan de pols en u kan blijven rekenen op onze expertise bij waarderingsvraagstukken, juridische en fiscale begeleiding bij de start en groei van uw vennootschap.

Dit artikel werd ons aangeleverd door BB3 Audit. Partner van Het Financieel Huis. Ga naar onze Partners pagina als je contact wil opnemen of ga naar de website voor meer informatie. (http://www.bb3revisoren.be/)

Gepost door: karen