De keuze tussen een vaste of variabele rente is één van de meest bepalende beslissingen bij het aangaan van een lening. Ze bepaalt niet alleen de maandlasten, maar ook de totale rentekost over de volledige looptijd. Toch wordt die keuze vaak gemaakt op buikgevoel, terwijl de financiële impact ervan zich pas jaren later toont. Een doordachte keuze vraagt inzicht in hoe rente-evoluties werken, wat je risicobereidheid is en hoe je financiële planning eruitziet.
Een vaste rente biedt voorspelbaarheid. Je weet van bij de start hoeveel je elke maand betaalt, ongeacht wat de marktrente doet. Dat geeft rust, vooral in periodes van stijgende inflatie of rentevolatiliteit. Banken rekenen die zekerheid wel in: een vaste rente ligt doorgaans iets hoger dan de startvoet van een variabele formule. Wie kiest voor vast, koopt dus stabiliteit.
Een variabele rente volgt de marktevolutie. De rente wordt periodiek herzien op basis van referte-indexen (A, C of E), die respectievelijk de gemiddelde rendementen op Belgische overheidsleningen van 1, 3 of 5 jaar weergeven. De herziening kan jaarlijks, driejaarlijks of vijfjaarlijks gebeuren. Een formule 1/1/1 betekent bijvoorbeeld dat de rente elk jaar herzien wordt; 10/5/5 betekent tien jaar vast en daarna elke vijf jaar aanpasbaar.
Het voordeel van variabele rente is dat ze meestal start aan een lager tarief. Bij een dalende of stabiele rente-evolutie kan dat aanzienlijk voordeliger zijn. De meeste formules zijn bovendien afgedekt door een “cap” en “floor”, de maximale stijging of daling van de rente. Zo kan de rente bijvoorbeeld maximaal vijf procent stijgen of twee procent dalen ten opzichte van het oorspronkelijke tarief.
Achter elke formule schuilt een marge, het verschil tussen de initiële rente en de referte-index bij afsluiten. Die marge blijft vast voor de volledige looptijd en bepaalt hoe sterk de rente kan reageren bij herziening. Een marge van 0,8 tot 1 procent is normaal. Wie de historische evolutie van de referte-indexen bekijkt, ziet dat de gemiddelde rente op éénjarige staatsleningen (index A) de voorbije 25 jaar rond 1,4 procent schommelde, op drie jaar 1,7 procent en op vijf jaar 2 procent.
Op basis van die cijfers kan je berekenen wat de gemiddeld verwachte rentevoet zou zijn na de eerste rentevaste periode. Een lening met een marge van 1 procent levert dan op lange termijn een verwachte rente van respectievelijk 2,4, 2,7 en 3 procent afhankelijk van de aanpassingsfrequentie. Door die berekening te combineren met de totale rentekost over de looptijd en de kapitalisatie van eventuele verschillen in maandlast, kan je objectief bepalen welke formule op termijn het goedkoopst is.
Toch is de goedkoopste lening niet altijd de juiste. De keuze hangt af van je investeringshorizon, budgettaire draagkracht en risicovoorkeur. Wie maximale zekerheid wil en weinig marge heeft op het maandbudget, kiest beter voor een vaste rente of een semi-variabele formule met lange eerste rentevaste periode, bijvoorbeeld 10/5/5. Dat geeft rust en voorspelbaarheid. Wie meer financiële ruimte heeft en rendement zoekt, kan kiezen voor een variabele formule, zeker als de rente historisch hoog staat bij afsluiten.
In de praktijk verloopt deze keuze niet op basis van één gesprek bij de bank. Een kredietadviseur of financieel planner analyseert eerst je cashflow, investeringsdoelen, fiscale situatie en tijdshorizon. Daarna worden verschillende simulaties gemaakt waarin de rente-evolutie, totale rentemassa en maandlast worden vergeleken. Pas dan zie je het echte verschil tussen een lening die comfortabel voelt en een lening die structureel beter rendeert.
Een strategische tip: kijk verder dan de rente alleen. De looptijd, terugbetalingswijze (mensualiteiten of vaste kapitaaldelging), en de quotiteit (de verhouding tussen kredietbedrag en waarde van het onderpand) wegen minstens even zwaar door. Een iets hogere rente kan nog altijd de betere keuze zijn als ze meer flexibiliteit of lagere risico’s biedt.
De rente is dus geen getal, maar een strategie. Een lening kan zekerheid kopen, of kansen creëren. Welke van de twee jij nodig hebt, hangt af van waar je staat en waar je naartoe wil. Wie beide wil combineren, kiest bewust, op cijfers — niet op gevoel.